Ga naar de inhoud
25 oktober 2022 • Nieuws

Significante stijging opzegvergoeding energiecontracten in ACM beleidsregels, wat betekent dit voor energiewerving?

De ACM consulteert tot 4 november a.s. haar nieuwe beleidsregels over de hoogte van de opzegvergoeding in energiecontracten. Dat is een boete die een afnemer (kleinverbruiker) van energie moet betalen wanneer hij zijn contract voortijdig beëindigt. De boetes gaan met dit voorstel fors omhoog. Dat moet leiden tot meer zekerheid voor energiemaatschappijen die energie inkopen. Deze maatregel moet er samen met het prijsplafond toe leiden dat de consumenten weer vaste contracten aangeboden krijgen. Een win-win dus. DMCC neemt de regeling onder de loep en bekijkt wat dit in de praktijk betekent voor energiewerving.

Voorbeeldberekening

Nieuwe opzegboete

De huidige opzegboetes voor consumenten variëren van €50 tot €125 per contract, afhankelijk van de resterende looptijd van de overeenkomst. Die boetes worden in dit voorstel hoger en in lijn met het zogenaamde ‘rechtstreeks economisch verlies’ van de aanbieder als een verbruiker tussentijds afhaakt. De aanbieder wordt gecompenseerd voor gederfde inkomsten. Dat verlies wordt berekend aan de hand van drie factoren:

  1. De prijs die de afnemer betaalt voor gas en elektriciteit.
  2. De prijs van gas en elektriciteit voor een vergelijkbaar contract – ten tijde van de overstap.
  3. Het resterende volume van het standaardjaarvolume dat de afnemer bij de aanbieder zou afnemen.

Dit leidt tot de volgende formule:

rechtstreeks economisch verlies = (overeengekomen prijs – prijs van het referentieproduct) x resterend volume

Voorbeeldberekening

Dat de opzegvergoedingen significant hoger kunnen uitvallen laten de onderstaande voorbeeldberekeningen zien.

*aanname prijsdaling 25% en gemiddeld verbruik huishouden. We gaan in dit voorbeeld uit van lineair verbruik, dit zal in de praktijk anders liggen waarbij de piek van het gasverbruik in de wintermaanden is vandaar dat het economisch verlies wordt berekend aan de hand van het resterend volume.

Bij een jaarcontract scheelt de nieuwe berekening van de opzegboete dus honderden euro’s t.o.v. de oude situatie.

Stimulans tot vaste overeenkomsten

De aanpassing moet ervoor zorgen dat het voor consumenten en kleine ondernemers weer mogelijk wordt om een vast contract af te sluiten. In tijden van sterk wisselende en hoge prijzen is het volgens de ACM belangrijk dat consumenten kunnen kiezen voor de zekerheid van een contract met een vaste looptijd en een vaste prijs. Met de hoge opzegvergoeding verzekeren energieleveranciers zich er meer van dat zij hun ingekochte energie op de energiemarkt kunnen leveren en niet met een surplus blijven zitten.

Informeren bij het aangaan van de overeenkomst

De formule voor het berekenen van de boete is niet eenvoudig. Maar, zo stelt de ACM, de leveringsovereenkomst moet wel transparant vermelden dat de kleinverbruiker een opzegvergoeding verschuldigd is bij het tussentijds opzeggen van de overeenkomst en de kleinverbruiker moet

“op ieder moment informatie kunnen krijgen over de hoogte van de opzegvergoeding als op een aangegeven datum de levering van elektriciteit of gas op basis van de leveringsovereenkomst zou eindigen.”

Dit laatste lijkt erop te duiden dat de consument met een slimme meter in een ‘mijn omgeving’ op ieder moment de actuele hoogte van zijn opzegvergoeding zou moeten kunnen zien. De informatieplicht houdt daarnaast in dat in verkoopgesprekken geïnformeerd moet worden over de hoogte van de opzegboete en hoe die wordt berekend. Dit wordt immers vereist vanuit de regels voor koop op afstand en de regels voor het doen van een aanbod op maat. Daar moeten leveranciers hun proposities op aanpassen.

Tussentijds switchen niet rendabel

In 2023 geldt het prijsplafond. Dat is dus een raar jaar. Switchen van contract is dan niet opportuun omdat de overheid een vaste energieprijs garandeert bij standaardverbruik. Vraag voor daarna is voor welke duur die vaste overeenkomsten gaan worden aangeboden. Het vermoeden is dat met de huidige onzekerheid partijen zich niet voor langer dan een jaar willen committeren. De bovenstaande berekeningen zijn dan ook gebaseerd op jaarcontracten. Bij langere contracten gaat het over een hogere opzegboete. Bij dalende prijzen zal het voor de verbruiker waarschijnlijk niet rendabel zijn om over te stappen vanwege de hoge opzegvergoeding. Want dan moeten zij in feite het verschil van een lager tarief bijplussen in de boete. Dat lijkt geen stimulans voor overstappen, maar dat ziet de ACM anders: Bovendien kunnen kleinverbruikers voordeel halen uit de sterk gedaalde prijzen door een andere leveringsovereenkomst met een vaste looptijd en vaste prijs aan te gaan. Dit zou hen in staat kunnen stellen om, na betaling van de opzegvergoeding, uiteindelijk minder te betalen voor de afname van elektriciteit of gas dan als zij niet overstappen.

Het kan wel een incentive zijn voor de huidige leverancier om het bestaande contract te vernieuwen tegen het dan geldende lagere tarief. De beleidsregels doen geen uitspraak over of de nieuwe leverancier de opzegvergoeding van de verbruiker nog mag vergoeden, zoals onder de huidige regeling gebruikelijk is. Dit kan dus nog wel, maar de vraag is of dat rendabel is.

Contract einde register niet toegankelijk voor werving

Bijkomend probleem voor energiewerving is dat veel verbruikers zelf ook niet weten wanneer hun contract eindigt. En dat wervers nog steeds geen toegang hebben tot de verbruiksregisters (zoals het contracteinde register) om dit te controleren.

Gevolgen voor energiewerving

Laten we voorop stellen: voor energiewerving in de huidige markt is het vooruitzicht op het kunnen aanbieden van vaste contracten positief. Zowel de verbruiker als de leverancier zijn gebaat bij deze zekerheid. Qua uitvoering moet de leverancier letten op zijn informatieverplichtingen in het verkoopgesprek en elders. Zeker nu de overheid met het prijsplafond een belangrijke stakeholder is geworden. De vraag is welke invloed de nieuwe regels hebben op het overstappen naar een andere leverancier. In 2023 ontbreekt door het prijsplafond een incentive. En daarna vormt het gebrek aan inzage in contract einde hier een belemmering. Want een opzegvergoeding volledig vergoeden is geen standaard meer. De nieuwe werkelijkheid biedt wellicht ook kansen. Leveranciers kunnen hun eigen klanten in de contractperiode natuurlijk wel benaderen met een aantrekkelijk tussentijds verlengingsaanbod.

Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel? Neem dan gerust contact op met Jitty van Doodewaerd.


Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel?

Neem dan contact met ons op.