Ga naar de inhoud
23 april 2019 • Nieuws

Het recht op medische privacy geldt niet altijd, het kan ook schaden

De afgelopen tijd was er discussie over de vraag in hoeverre iemand het recht heeft zijn medische gegevens voor anderen verborgen te houden. Zo bleek dat Michael P., de man die Anne Faber verkrachtte en ombracht, geen toestemming had gegeven zijn delictsgeschiedenis en zijn medisch dossier bekend te maken aan de psychiatrische kliniek in Den Dolder waar hij gedurende de laatste periode van zijn detentie werd behandeld.

import15-import16-Dollarphotoclub_99610937_website2

Echt te privé

Uiteraard heeft ook een gedetineerde recht op privacy en mogen zijn medische gegevens niet zomaar worden verspreid. Maar dat recht op privacy geldt niet altijd en niet altijd voor honderd procent. Het blijft een voortdurend afwegen welk belang prevaleert. Bij de (openbare) behandeling van rechtszaken komen heel vaak details aan de orde die een of meer betrokkenen graag geheim hadden willen houden. Als het echt te privé wordt, kan de rechter de behandeling achter gesloten deuren bevelen. Sommige zaken vinden uitsluitend met gesloten deuren plaats, zoals familierechtzaken en strafzaken met minderjarigen.

Maar bij andere zaken wordt het belang van openbare behandeling groter geacht dan het verlies aan privacy van de betrokkenen. In het geval van de behandeling van iemand met forse psychische problemen en daaraan gerelateerde ernstige misdrijven, lijkt het belang van een goede behandeling, op basis van juiste feitelijke gegevens, en beveiliging van derden toch flink zwaarder te wegen dan het belang van de (gevaarlijke) patiënt op geheimhouding van zijn medische gegevens.

Lees verder op NRC.nl


Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel?

Neem dan contact met ons op.